Hiken naar Aurimont – 
langs truffels, dolmens en ruige paden

Vanaf de Gîte d’Orange kun je zó je wandelschoenen aantrekken en vertrekken. Letterlijk voor de deur beginnen twee officiële routes: Causse Toujours (route 9) en Le Gaillard (route 7). Allebei prachtig, allebei dwars door de natuur. Door eikenbossen, langs droge stenen muurtjes, over eeuwenoude paden — en met wat geluk: zonder iemand tegen te komen.

 Wij gingen voor route 9: Causse Toujours. Ruim 14 kilometer stevig aan de wandel, met de hondjes Snoet en Skip voorop. Omdat het warm zou worden, stonden we vroeg op. Smeer op die zonnebrand, fluit de hondjes bij elkaar, water mee, koekjes in de tas en gaan. 

 

Recht tegenover het pad naar de gîte staat sinds kort een handige paal met de routes erop. Lekker duidelijk. Althans… de namen wel. De nummers even niet. Na een kort overleg met de hondjes (die het weinig kon schelen) gingen we voor route 9, die je omhoog voert, achter het dorp langs, meteen een stevige klim in. Geen paniek: goede schoenen doen wonderen, en boven wacht een uitzicht. Je zit dan letterlijk achter ons huis, onzichtbaar, maar ergens daar beneden ligt Maison d’Orange. 

 

Wat volgt is een wandeling door ruige, ongerepte natuur. Dichte eikenbossen. Truffelvelden. Stenen paden die eeuwen oud aanvoelen. We waren verbaasd hoe snel je van het dorp in een soort wildernis belandt. En de hondjes? Die vierden feest. Rennen, snuffelen, stokken slepen. Ik denk dat ze de tocht minstens twee keer hebben gelopen. 

 

Onderweg word je verrast door alles wat dit stukje Lot zo bijzonder maakt. Zoals de gariottes – droge-stenen hutjes waar vroeger herders schuilden. Of de dolmen van Pech Curet: prehistorisch, mysterieus, en gebouwd met een precisie waar een moderne architect jaloers op zou zijn. De route is pittig, zeker met de hitte, maar je krijgt er véél voor terug. Zoveel rust, zoveel ruimte, zoveel schoonheid. En dat gewoon in je achtertuin. 

 

Halverwege bereiken we Aurimont – een gehuchtje van niks, maar zó charmant. Stenen huisjes, een vergezicht over de vallei van de Céou en absolute stilte. Niet voor niets dat onze straatnaam ernaar vernoemd is: Route d’Aurimont. Met de auto ben je er sneller, maar te voet voelt het echt als een kleine expeditie. Veel leuker dus. 

 

Op de terugweg is het landschap net zo afwisselend. Over heuvels, door bossen, langs verlaten muurtjes. En net als je denkt ‘nu zou een bankje wel lekker zijn’, staat er ineens eentje boven op een heuvel. Mét uitzicht. Pauze, water, een koekje — en genieten. 

 

Bij thuiskomst tikt de stappenteller ruim 22.000 stappen aan. En 15 kilometer op de kop. Of eigenlijk: hiken. Want dat was het. Klimmen, dalen, stenen ontwijken. Skip wilde bij thuiskomst doodleuk ook nog route 7 lopen. Ja hoor. Misschien over een paar weken… 

Zien onderweg (en meer dan de moeite waard):

Grot van l’Addo 

Midden-Bronstijd, zo’n 3000 jaar geleden. Ooit vol kristallen, potscherven en berenbotten, maar helaas deels geplunderd. Wat rest is een fascinerend inkijkje in het verleden. 

 

Karstsysteem 

Kalksteen, uitgesleten door regen en tijd. Dolines, grotten en spelonken zijn hier geen uitzondering. Geologie op z’n mooist — en je loopt er gewoon overheen. 

 

Dolmen van Pech Curet 

Megalithisch grafmonument, eeuwenlang hergebruikt en bewonderd. Wie wil geloven in aardstralen of magnetische velden: dit is je plek. 

 

Gariottes 

Prachtig gestapelde herdershutjes zonder cement, zonder poespas, met een dakconstructie die alleen door zwaartekracht wordt gedragen. Eenvoudig én briljant.